Over onafhankelijk recht, institutionele grenzen en waarom ervaring ertoe doet.
“..Niet ontstaan uit marktpositie of opportunisme, maar uit confrontatie met de grenzen van een systeem dat formeel de rechtsstaat dient, maar materieel soms zijn eigen orde beschermt. Mijn praktijk is opgericht vanuit de overtuiging dat recht slechts geloofwaardig is wanneer het daadwerkelijk kan worden ingezet tegen gevestigde belangen — en dat die inzet zelden zonder institutionele frictie blijft. .”
— Mr Marcellinus Hengst, LL.M. (Master in Law)
Ervaring als vertrekpunt
Mijn professionele loopbaan binnen de advocatuur eindigde niet geleidelijk, maar abrupt en geregisseerd. Wat begon als een civielrechtelijk conflict over loyaliteit en concurrentie, escaleerde tot een samenloop van toezicht, tuchtrecht, publiciteit en faillissementsinstrumenten.
Deze escalatie was geen incident, maar een structurele botsing tussen een praktijk die afweek van de gebaande paden en een systeem dat afwijking beperkt tolereert. Niet primair omdat het recht daartoe noodzaakte, maar omdat bestaande verhoudingen onder druk kwamen te staan.
Juridische innovatie en institutionele frictie
Een kernonderdeel van die afwijking was juridische innovatie. Als oprichter en voorzitter van JuriNed richtte ik een samenwerkingsverband op van meer dan twintig gerenommeerde advocatenkantoren door geheel Nederland, gebaseerd op vaste tarieven, prijszekerheid en — waar juridisch toelaatbaar — no-cure-no-pay-constructies. Daarmee werd het traditionele uurtariefmodel voor het eerst expliciet doorbroken.
JuriNed maakte juridische dienstverlening transparanter en toegankelijker voor cliënten, maar riep tegelijkertijd verzet op binnen de beroepsgroep en bij de toezichthouder. Die spanning raakte aan marktordening, verdienmodellen en macht binnen een zelfregulerend beroep. De media-aandacht — variërend van Quote tot en met The Wall Street Journal — en uitgebreide berichtgeving in Nederlandse media onderstreepten dat het hier ging om een fundamentele uitdaging van bestaande structuren.
Exposure en rolopvatting
Parallel daaraan bekleedde ik diverse zichtbare maatschappelijke functies: lid van de tuchtcommissie van de KNVB (samen met onder meer Foppe de Haan), voorzitter van de businessclub van een hoofdklasse amateur-voetbalclub en huisadvocaat van een Eredivisie-voetbalclub in het zuiden van het land. Deze rollen vergrootten mijn (en dat van mijn advocatenkantoren) publieke en institutionele exposure aanzienlijk.
In combinatie met innovatie, media-aandacht en een kritische praktijk ontstond een profiel dat zich moeilijk liet inpassen binnen de traditionele, terughoudende rolopvatting van de advocaat. In een zelfregulerend systeem is dergelijke zichtbaarheid niet neutraal; zij beïnvloedt toezichtsdynamiek en institutionele tolerantie.
Dossiers waar het schuurt
Mijn praktijk richtte zich structureel op hoog-gevoelige dossiers tegen publieke en semipublieke instellingen, alsmede tegen grote ondernemingen, waaronder grote bouwbedrijven. Het betrof zaken waarin publieke middelen, aanbestedingen, infrastructuur, veiligheid, governance en reputatiebelangen samenkwamen. Daar waar nodig werden met succes zelfs rechters gewraakt die niet onpartijdig leken te handelen.
Juist in dergelijke dossiers wordt zichtbaar hoe formeel correcte processen materieel kunnen ontsporen. De concentratie van bestuurlijke, economische en reputatiemacht vergroot het risico dat juridische confrontatie niet uitsluitend inhoudelijk wordt gevoerd, maar mede via institutionele mechanismen die disciplinerende effecten hebben.
Toezicht en de grens van legitimiteit
De inzet van toezicht en tuchtrecht is essentieel voor kwaliteit en integriteit binnen de advocatuur. Maar die legitimiteit verliest haar vanzelfsprekendheid wanneer bevoegdheden cumulatief worden ingezet, publieke framing plaatsvindt en proportionaliteit onder druk komt te staan. Dan verschuift toezicht van waarborg naar instrument.
Mijn ervaring heeft die verschuiving blootgelegd — niet als persoonlijke misstand, maar als structureel risico binnen zelfregulerende systemen: dat afwijking wordt gecorrigeerd niet vanwege normschending, maar vanwege systeemverstoring.
Van ondergang naar herijking
Deze gang van zaken heeft mij niet doen terugtrekken. Integendeel. Zij heeft geleid tot herijking: van rol, van positie en van methode. Nassau & Partners is het resultaat van die herijking. Dus geen advocatenkantoor in klassieke zin, maar een strategisch-juridisch platform dat opereert op het snijvlak van recht, bestuur en maatschappij. Onafhankelijk van traditionele verdienmodellen. Gericht op analyse, positionering en interventie waar juridische complexiteit samenvalt met institutionele macht.
Waarom Nassau & Partners bestaat
Nassau & Partners bestaat omdat tegenspraak soms georganiseerd moet worden. Omdat rechtsstatelijke controle niet altijd spontaan ontstaat. En omdat ervaring met systeemdruk geen diskwalificatie is, maar een unieke kwalificatie om haar te herkennen en te counteren.
Niet tegen het systeem uit rancune, maar voor het recht uit overtuiging.